Welkom in de wereld van verpleeghuizen

Na drie weken vakantie sta ik aan het bed van BromBen. Hij slaapt. Ik rommel wat in zijn kamer en hoop hem daarmee te wekken. Dat lukt. Langzaam tilt hij zijn hoofd van het kussen en kijkt de kamer in. Hij is niet verrast mij te zien, eerder verstoord. ‘Ik ben terug van vakantie,’ zeg ik, ‘Hoe is het met je?’ ‘Goed,’ is zijn antwoord. ‘Ik wil slapen, flikker nou maar weer op.’

De noodzaak neemt toe
BromBen gaat hard achteruit. Hij ligt de hele dag in bed, vooral slapend. De verzorging krijgt hem alleen uit bed voor een ‘taakje’: douchen, aankleden, toilet, eten, drinken. Dit ondergaat hij mopperend en met steeds meer tegenzin. Alles is een verstoring van wat hij echt wil: in bed liggen en niet gestoord worden. Hij vermagert zienderogen, ligt regelmatig in z’n eigen ontlasting en gedraagt zich opstandig. Na weken twijfel mijnerzijds is het personeel van het verzorgingshuis nu ook tot de conclusie gekomen dat het tijd wordt voor het verpleeghuis.

Hoe weet ik welk verzorgingshuis geschikt is voor BromBen? Welk huis heeft afdelingen speciaal voor cliënten met een gevorderde vorm van dementie? Ik krijg twee adressen van verpleeghuizen met kleinschalig wonen zonder wachtlijst. Samen met de vrijwilligster van BromBen ga ik er kijken.

Kleinschalige woonvorm
Een verpleegkundige leidt ons rond. ‘In elke groepswoning wonen zes bewoners. Elke bewoner heeft een groot eigen appartement. Er is een gezamenlijke huiskamer waar wordt gegeten en waar activiteiten zijn.’ Ik kijk rond. De nieuwbouw ziet er prima uit: ruime kamer, mooi sanitair, moderne meubels in de huiskamer. Werkelijk prachtig maar voor BromBen totaal overbodig. Een goed bed moet er zijn, dat is het enige dat hij wil. Al het andere voelt onveilig en geeft hem te veel prikkels. Ik begrijp nog niet goed waarom kleinschalig wonen geschikt zou zijn.

Personele bezetting
‘Overdag is er in de groepswoning één verzorgende die voor de 6 bewoners zorgt,’ vertelt de verpleegkundige. ’s Nachts is er één verzorgende die 32 bewoners van zes groepswoningen in de gaten houdt. Ik vraag mij hardop af hoe je in je eentje 6 bewoners kunt helpen. Wanneer je iemand op de kamer helpt met douchen, heb je geen zicht op wat er in de huiskamer gebeurt. De verpleegkundige vertelt dat, door het ritme van de bewoners te volgen, het tijdstip om te douchen en te ontbijten verschilt. Ik ben er niet gerust op. Het is eenvoudig om BromBen te ‘vergeten’ wanneer hij stil in bed ligt en niet om aandacht vraagt.

Wat is nodig?
Ik overdenk het bezoek op weg naar huis. Alles wat ik heb gezien was ‘te goed’. Het appartement was te groot, de bewoners te alert en het activiteitenaanbod overbodig. Een jaar geleden had het prefect aangesloten bij de behoefte van BromBen, nu niet. Hij is de fase van activeren voorbij. Hij heeft rust, persoonlijke aandacht en warme verzorging nodig.

Driemaal is scheepsrecht
Een week later bezoek ik nog een verpleeghuis, één waarvan ik zeer gecharmeerd ben. Twee jaar geleden bezocht ik het toen we een plek zochten voor mijn dementerende schoonvader. Ik word rondgeleid op de afdeling met zwaar dementerende cliënten. Het eigen appartement is klein, de gezamenlijke huiskamer heeft verschillende rustige nissen. In een hoek van de huiskamer slaapt een man in zijn bed. ‘Wanneer alleen het bed nog veilig voelt, dan rijden we de cliënt wel eens met bed en al naar de huiskamer,’ verklaart de verpleegkundige.

Aftellen
Wat is de beste plek voor BromBen? Ik heb mijn voorkeur. Toch heb ik BromBen bij drie verpleeghuizen aangemeld. Hoe eerder hij verhuist, hoe beter. Tenslotte komt hij al zes weken niet meer uit bed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *