Kan ik op vakantie?

//Kan ik op vakantie?

Kan ik op vakantie?

Natuurlijk ga ik wel eens op vakantie. Auto inladen en wegwezen. Er zijn twee fantastische vrijwilligers die zich over BromBen ontfermen wanneer ik op reis wil. Dat is niet het probleem. Het punt is, ik durf niets te boeken; geen accommodatie, vlucht of pakketreis, bang dat ik moet annuleren vanwege een calamiteit bij BromBen. Een auto is zo uitgepakt maar annuleren kost geld. Het is me de afgelopen jaren een paar keer gebeurd en dat wil ik niet weer meemaken.

Ik heb echter een leuke reis op het oog. Een week sneeuwwandelen in de Dolomieten. Eergisteren heb ik de reisorganisatie gebeld om te vragen of ik nog mee kan. Het vertrek is namelijk over 3 dagen. BromBen is stabiel, daarom durf ik zo kort voor vertrek wel te boeken. Vanochtend kreeg ik het verlossende antwoord; de trein is geregeld en er is een hotelkamer beschikbaar. Hoera, ik ga op vakantie!

Die middag stap ik opgewekt met een tas schone was het appartement van BromBen binnen. Wanneer hij wiebelig opstaat uit zijn stoel om mij te begroeten, ruik ik een sterke urinelucht. Terwijl ik hem zoen, kan ik nog net een blik op het kleed op de zitting werpen. Helemaal nat. BromBen gaat op de natte stoel zitten en kijkt mij rustig aan. Dat laatste verbaasd mij. Wie gaat er nu kalm met doorweekt ondergoed en joggingbroek op een natte stoel zitten? En hoe lang al? Hij heeft de verzorging niet gebeld en meldt mij ook niet dat hij in z’n broek heeft geplast. Hoe werkt dat toch in die door Alzheimer aangetaste hersenen?

Nadat ik BromBen heb verschoond, trek ik het natte kleed van de stoel. Ik dek de zitting af met een plastic zak en drapeer er een schoon kleed over. Ondertussen bedenk ik me dat ik 2 dagen heb om een afneembare stoel te vinden, daarna ben ik op vakantie. Terwijl BromBen aan de koffie zit, loop ik de gang op om de situatie met de verzorging te bespreken. Incontinentieverband lijkt me niet langer voldoende, op deze manier blijf ik wassen en meubilair vervangen. Het is tijd voor luiers.

Ik drink een kop koffie met BromBen en we kijken televisie. ‘Blijf je tot het einde?’ vraagt hij. Ik zucht. Dit is een steeds terugkerend item. Wanneer dit onderwerp ter sprake komt, volgt er niets anders meer. De rest van mijn bezoektijd wordt ermee gevuld en het is nog maar 14:00 uur. ‘Nee, ik blijf niet tot het einde. Vanavond, na het eten, komt de zuster en die brengt jou naar bed.’

‘Daar geloof ik niets van,’ is zijn antwoord. ‘Waarom kun jij niet blijven tot het einde?’ ‘Ik kan niet de hele middag hier blijven zitten tot jij hebt gegeten om je daarna naar bed te brengen. Daar zijn de zusters voor, die brengen je iedere avond naar bed,’ licht ik toe. ‘Ik snap niet waarom je zo moeilijk doet,’ reageert BromBen geïrriteerd. ‘Hoe moet het met die plaatjes?’ Ik weet dat hij daarmee de televisie bedoelt en antwoord: ‘De zuster brengt jou vanavond naar bed en doet de televisie uit.’ ‘Ik geloof er niets van,’ zegt hij verongelijkt.

Dit gesprek herhaalt zich totdat ik het tijd vind om te vertrekken. Ik bel de verzorging en wacht een half uur tot de verzorgende de kamer binnenstapt. ‘Deze zuster brengt jou vanavond naar bed,’ vertel ik BromBen en ik wijs naar de verzorgende. ‘Is dat zo?’ vraagt hij. ‘Niet ik maar mijn collega brengt u vanavond naar bed,’ zegt de verzorgende en ze vervolgt: ‘Mijn dienst zit er zo op en dan draag ik het over aan mijn collega.’ BromBen kijkt verward, dit kan hij niet volgen. Ik verstrak en vraag mij af waarom de verzorging het zo moeilijk maakt. Houd de boodschap toch simpel, verdorie! ‘We spreken bij deze af dat de zuster je vanavond naar bed brengt, ok?’ zeg ik. ‘Ok,’ zegt BromBen en dan kan ik eindelijk vertrekken met weer een tas stinkende was.

By | 2018-02-22T16:53:25+00:00 februari 7th, 2018|Mantelzorg|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

Pin It on Pinterest